Huiz.Net | Leesvoorbeeld
Lees meer over de boekenserie Sam Werner en andere boeken van Anton Huizinga
Boeken, e-books, Sam Werner, fantasie, science fiction, detectives, story, verhalen, spannend
201
page-template-default,page,page-id-201,page-child,parent-pageid-76,ajax_updown_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-12.1,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.2,vc_responsive

Leesvoorbeeld

“Ik weet echt niet wat we nog kunnen doen,” zei de dik­ke man. Sam reageerde niet. Hij had een hekel aan de dikke man, al vanaf het eerste moment dat ze elkaar hadden ontmoet. Oké, om eerlijk te zijn, echt dik was de man niet. Eerder ste­vig, ietwat gezet met een bierbuikje. Maar omdat Sam hem niet mocht, vond hij het stiekem prettig om hem dik te vinden.

“Wat moeten wij nu doen?” Er klonk enige wanhoop in de stem van de dikke man. De dikke man heette Koen. Op zijn voorhoofd stond een beetje zweet.

Sam haalde ongeïnteresseerd zijn schouders op. “Nou wij moeten niks, jij moet wat,” zei hij onverschillig. Zijn linker­been begon te slapen en daarom verzette hij zich op zijn stoel. Zo, dat zat beter.

“Maar…” aarzelde Koen, en bleef toen stil. Hij staarde naar het beeldscherm. Sam had gelijk, Koen moest iets doen. Maar wat, dat wist hij niet.

Op het beeldscherm versprongen de cijfers van de klok. Deze telde af naar nul. Elke seconde versprong het getal en kwam de deadline dichterbij.

Hij was gevraagd voor deze klus. Of het was hem op­ge­drongen, dat wist hij niet meer met zekerheid te zeggen. Het voorstel had in ieder geval goed geklonken en men had een hoge pet op gehad van hem. Al dat gevlij had Koen uiteindelijk over de streep gehaald om te tekenen. Voor deze klus zou hij tien­duizend euro krijgen. Niet gek. Maar dan moest er wel re­sultaat komen en daar was nog niet echt zicht op.

“Straks is de tijd om en dan doet ie het niet meer,” kreunde Koen. Hij riep nog net niet in paniek om hulp. Maar in zijn ogen was duidelijk de angst te lezen. Sam was er niet ge­voelig voor.

“Och,” zei hij. “Er zullen wat mensen zijn die dat heel vervelend vinden. Sommige zullen misschien slecht slapen, maar anderen zullen hun schouders ophalen. En daarbuiten is een hele grote groep mensen die het werkelijk niet kan schelen, het niet eens weten of willen weten. Die gaan elke dag naar hun werk en komen thuis. Wat zullen ze zich druk maken om die rotcomputer. Zelfs de politiek zal het een biet zijn.” Hij lachte.

“De hogere regionen zullen rapporten eisen en laten schrij­ven, net zolang tot ze iemand uit de lagere regionen de schuld hebben kunnen geven. Vervolgens wordt de belasting verhoogd en kopen ze een nieuwe computer. Zo gaat dat. Glas, plas, en het blijft zoals het was.”

Koen geloofde het niet. Hij was bang dat zijn reputatie eraan zou gaan. Erger nog, dat hij die tienduizend euro niet zou krijgen. Of nog veel erger, dat hij het voorschot terug moest betalen! Had hij deze klus nou maar niet aangenomen!

En een rotcomputer was het helemaal niet. Sam wist duidelijk niks van computers. Koen mocht Sam ook niet, het was wederzijds. Koen was zijn hele leven met computers bezig. Als jongen deed hij al pogingen om in te breken in computersystemen. Later was hij ethical hacker van beroep geworden. Iemand die be­drijven hielp tegen hackers door hun werkwijze te kennen en daarop in te spelen. Zo’n beetje als een voor­malige beroeps­inbreker die bedrijven helpt de sloten te verbeteren. En nu was hij door een organisatie benaderd om iets voor de overheid te doen. Een klusje met een computer, en niet zomaar eentje! Het ging om de nationale super­computer van de Neder­landse overheid.

“Heb je er al aan gedacht dat je een uur minder de tijd hebt?” Sam probeerde een meelevende blik op te zetten terwijl hij deze vraag stelde. Koen reageerde niet omdat hij niet lui­sterde.

De supercomputer was gehackt, vermoedelijk door een on­tevreden programmeur die vond dat hij te weinig verdiende. Hij had een programma geladen dat de controle had over­genomen en langzaam terug telde tot maandagmiddag twaalf uur. Hij keek op zijn horloge. Aan de wand hingen meerdere klokken, toch keek hij uit gewoonte naar zijn pols. Het was kwart over een in de nacht. Was het nu zondagnacht of maandagmorgen? Koen was te zenuwachtig om zich te herinneren hoe het precies zat.

Langzaam drong het tot hem door dat Sam iets gezegd had. Misschien had er toch een vleugje sarcasme gelegen in zijn stem. Toen Sam het nog eens herhaalde, sloeg de paniek helemaal toe. Een uur minder, natuurlijk! Het werd zomertijd vannacht en dat betekende dat over drie kwartier, om twee uur ’s nachts, de klok naar drie uur zou worden gedraaid! Nóg een uur minder om een oplossing te vinden. Aan de andere kant, Koen kon zich niet voorstellen dat hij een oplossing zou vinden en hoe eerder dit voorbij was, hoe beter. Hij keek naar de deur alsof hij wilde ontsnappen. Sam zag het en glimlachte. Hij zei niets. De deur was op slot gedraaid en deze zou niet eerder open gaan voor Sam toestemming gaf. De deur was niet op slot gedaan om hen binnen te houden, maar om anderen buiten te houden. Er mocht niemand binnenkomen die hen zou kunnen be­letten de computer weer over te nemen. Sam verwachtte het niet, maar zekerheid ging voor alles.

In Sams ogen was dit het werk van een eenling die goed wist hoe computers werkten maar niet wist hoe hij de staat kon oplichten. Door de supercomputer te hacken had hij de alle geheime en minder geheime diensten achter zich aan. Iemand die zo opzichtig te werk ging om deze computer te blokkeren met een terugloopklok, daarvan was niet echt te verwachten dat het een serieuze spion was. Het was veel slimmer geweest om aan niemand te laten merken dat je de controle over deze computer had, dan kon je er gebruik van maken zonder dat je werd opgejaagd, zonder kans op ontdekking. Nee, dit was gewoon een stomme vent die snel geld wilde verdienen. Sam snapte niet waarom ze hem hadden gevraagd om bij Koen te gaan zitten, dit klusje kon elke beginnende agent doen.

Koen had het opgegeven. Hij lag met zijn armen op het bureau en had zijn hoofd er bovenop gelegd. Zijn ogen waren dicht. Als je niet beter wist dan zou je denken dat hij sliep. Niets was minder waar. Hij zag geen andere oplossing dan gelaten te wachten tot de tijd om was en de super­computer naar verwachting onbruikbaar zou zijn geworden. Langzaam tikte de tijd verder terug.

Na geruime tijd stond Sam op en liep naar de tafel bij de muur. Hij schonk zichzelf nog een kop koffie in. Hij liep terug naar de computer en wierp een onverschillige blik op het kleine beeldscherm. De computer zelf nam een hele kamer in en alles wat zij zagen was een eenvoudig scherm, een muis en een toetsenbord. Hij zag de tijd verspringen, nog tien uur en een paar seconden tot het maandagmiddag twaalf uur zou zijn. Hij bedacht zich dat het nu bijna twee uur moest zijn, de zomertijd zou zo ingaan. Zou de terugloopklok ineens naar negen springen of zou de deadline met een uur verlengd worden? Ineens werd hij nieuws­gierig of de hacker daar rekening mee had gehouden. Lang­zaam zag hij de seconden teruglopen naar nul.

Op het moment dat het exact twee uur ’s nachts werd, haperde de teruggelopen tijd. Na een paar seconden werd het beeld zwart en vervolgens verscheen een nieuwe melding op het scherm.

“Er is een uitzondering opgetreden. Programma opnieuw starten? Y/N.”

Even staarde Sam naar het beeldscherm. Toen werd hij actief en gaf Koen een schop. “Wakker worden en breek het pro­gramma af!” riep hij.

Koen schoot overeind, keek naar het beeldscherm en veerde helemaal op toen hij het bericht begon te begrijpen. Snel dook hij naar het toetsenbord en drukte meermalen op de N-toets, alsof de computer één keer drukken niet zou snappen. De melding verdween en toen verscheen het hoofdmenu weer. Alsof er nooit iets gebeurd was.

* * *

Sam stond op de lift te wachten. Hij had een vage frons op zijn gezicht. Meestal had hij vlot in de gaten hoe de vlag erbij stond maar nu kon hij er maar weinig van maken. En dat maakte hem achterdochtig en wantrouwend. Niet dat hij anders wel veel vertrouwen had in zijn werk­gever, maar nu was hij nog meer op zijn hoede.

De lift ging open met een pling. Je kon alleen met de lift naar boven, naar het eigenlijke kantoor. Dat was een veiligheids­maatregel. De derde maatregel vanaf het binnengaan van het pand.

Haddock & Johansson stond er op het goudkleurige bord aan de gevel van het deftige grachtenpand. Een handelsbedrijf in hout. Het was een keurige dekmantel voor de geheime dienst. Meer was het bedrijf niet. Er werd wel wat gehandeld in hout, om niet een onbekende naam in de houthandel te zijn. Sam kreeg netjes elke maand zijn salaris als handelaar in hout en kon onder deze dekmantel de hele wereld over. Zogenaamd om hout in te kopen, of te verkopen in landen waar geen bomen groeiden. Niemand zou hem kunnen linken aan de geheime dienst. Ze waren niet echte spionnen of geheime agenten zoals de AIVD of de MID, of van die stoere spionnen zoals in spannende televisieseries en films. In veel landen was de scheidslijn tussen de zakelijke wereld en politiek erg dun. Overheden, maar ook politici hielden zich bezig met zaken doen, en soms waren zakenmensen langzaam aan het veranderen in politici. De Nederlandse overheid kon zich daar moeilijk onder eigen naam mee bemoeien en daarom bestond een bedrijf als Haddock & Johansson. In opdracht van de overheid vlogen mensen als Sam de hele wereld rond om overal hun neus in te steken, te observeren en in heel sommige gevallen de zaken of de politiek bij te sturen, alles om de belangen van Nederland, de Nederlandse politiek en de Nederlandse handel te dienen. En dat onder de dekmantel van een kleine hout­handel met een degelijke naam. Het meeste werk bestond uit observeren en rapporten schrijven. Het gebeurde maar zelden dat er iets actiefs gedaan moest worden. Veel mensen zouden het maar saai gevonden hebben.