Huiz.Net | Leesvoorbeeld
Lees meer over de boekenserie Sam Werner en andere boeken van Anton Huizinga
Boeken, e-books, Sam Werner, fantasie, science fiction, detectives, story, verhalen, spannend
271
page-template-default,page,page-id-271,page-child,parent-pageid-96,ajax_updown_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-12.1,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.2,vc_responsive

Leesvoorbeeld

Sam bleef even stil. Hij dacht na over het verhaal dat Paul net gedaan had. Hij vond Paul een sympathieke man. Gelukkig maar, hij zou nog veel met hem moeten samenwerken. De organisatie zocht voortdurend naar nieuw talent en vorige maand was Paul begonnen als nieuwe collega. Het eerste jaar zou Sam hem onder zijn hoede nemen en hem alle kneepjes van het vak leren.

Paul was politieagent geweest. De laatste jaren had hij echter steeds meer het gevoel gehad dat hij zinloos werk aan het doen was. Dweilen met de kraan open. Steeds minder mogelijkheden, hogere werkdruk door alle administratieve rompslomp, daders die meer rechten leken te hebben dan slachtoffers en agenten, hij was er klaar mee. De klap op de vuurpijl was de laatste zaak waar hij bij betrokken was geweest. Hij had een man moeten aanhouden die al heel lang in beeld was  vanwege criminele activiteiten. De man moest niet vanwege zijn bezigheden worden aangehouden maar omdat de belastingdienst vond dat er nog een rekening te vereffenen was. Ze waren naar het huis gegaan. Nadat de man de deur had geopend was hij weggerend toen hij de agenten in het oog kreeg. Tijdens de achtervolging door het huis werden ze bekogeld door zware en scherpe voorwerpen, zelfs messen en scharen werden naar hen geworpen. In de garage liep de man zichzelf klem. Met een nietsziende blik in de ogen had hij een kettingzaag gepakt en liep hij op Paul en zijn collega’s af. Waarschijnlijk had hij drugs gebruikt.

Paul had zijn pistool getrokken en op de man gericht. De man was doorgelopen en reageerde niet op de roepende agenten. Uiteindelijk vond Paul het noodzakelijk om een keer te schieten. Hij raakte de man in zijn bovenbeen, wat ook zijn bedoeling was. Hij had altijd redelijk kunnen schieten en ook deze keer miste hij niet.

De zaak had een vervelend staartje gekregen. De man had een advocaat die zijn uiterste best deed om de agenten in diskrediet te brengen. Paul moest zich komen verantwoorden voor de rechter. Het werd hem kwalijk genomen dat hij geschoten had, vooral omdat de kettingzaag niet aan stond. Na een moeizaam jaar van procedures en niet mogen werken, werd hij uiteindelijk vrijgesproken. De lol van het werk was er helaas grondig af. Hij had te lang thuis moeten zitten zonder te mogen werken. Hij zag er tegenop om weer het politievak uit te oefenen. Vooral het smerige spel van de advocaat stond hem tegen, maar ook het onbegrip van de rechter.  Als hij weer op een melding af moest gaan dan zou hij niet meer met een sterk rechtvaardigheidsgevoel op pad kunnen gaan, alleen maar met angst in het hart of hij veroordeeld zou kunnen worden voor iets wat een goede zaak had moeten zijn.

Daarom wilde hij weg. Iets anders. Toch nog steeds goed werk kunnen doen zonder beperkt te worden. Na wat omzwervingen was hij ingelijfd door het ministerie waaronder de organisatie viel waar Sam werkte. Enkele verkennende gesprekken later bleek Paul erg geïnteresseerd. Sam zou zijn mentor worden. De beide mannen hadden vrij snel een klik met elkaar. Paul was rustig en bedaard. Hij straalde een bepaalde vertrouwde professionaliteit uit. Sam voelde zich op zijn gemak bij hem en andersom leek Paul ook de houding van Sam te kunnen waarderen. Sam was erg eigenzinnig, kon scherp en gevat reageren en was een snelle denker. Vermoedelijk zouden ze elkaar als team prima kunnen versterken.

“Komt er nog een hoger beroep?” vroeg Sam.

Paul schudde zijn hoofd. “Nee, gelukkig niet. Hij is een paar maanden geleden aan een overdosis doodgegaan. Daar heb ik geen last meer van gelukkig.” Hij rilde. Alleen het idee al aan nog zo’n lange periode van procederen en zittingen deed hem huiveren. Als de advocaat ooit voor zijn auto zou oversteken dan wist hij niet of hij af zou gaan remmen of gas bij zou geven.

Sam glimlachte. “Ons werk is een stuk saaier. Toch ben je gelukkig een heel stuk beter beschermd tegen deze flauwekul.” Hij pakte zijn koffiekopje dat leeg bleek te zijn. Hij keek om zich heen of er nog een ober rondliep die niets te doen had.

Paul keek op. “Zijn er nooit rechtszaken waar je je moet verantwoorden?” Hij leek verrast.

Sam grinnikte. “Ik denk niet dat de overheid ons graag in een rechtszaal ziet waarin we eerlijk alles moeten vertellen wat we weten. Ministers zien niet graag hun vuile was buiten hangen. Daarom doet de organisatie haar best om je zo anoniem mogelijk je werk te laten doen. Maar waarom ben je niet naar een speciale eenheid gegaan? Bij het AT of iets als een Quick Response Team? Dan ben je toch ook anoniem?” Hij doelde op het gebruik van bivakmutsen tijdens de operaties.

Paul schudde zijn hoofd. “Ik heb geen militaire achtergrond. Ik hou meer van het gepuzzel rondom een zaak dan de actie zelf.” Ook zijn koffie was op. Er was geen ober te bekennen. Het terras waar ze zaten was nauwelijks gevuld. Verderop zaten twee toeristen een kaart van de stad te bekijken. Verder was het leeg. Het najaarszonnetje deed zijn best maar heel erg warm werd het niet vandaag. Hij stond op en deed zijn jas dicht. Paul had zich goed gekleed. Niet te duur, geen pak, maar zeker geen goedkope kleding dat slecht stond. Hij had een uitstekende smaak zo te zien. Hij zag eruit als een succesvolle zakenman.

Er stond direct een ober naast het tafeltje toen Paul zijn jas dicht deed. Nogal zuur keek hij naar de twee lege koffiekopjes. “Had u willen afrekenen, heren?” vroeg hij.

Paul schudde zijn hoofd. “Nee, nog twee koffie graag.” Hij deed zijn jas weer los en ging zitten. De ober liep lichtelijk verbaasd terug naar binnen. Sam liet niets merken maar inwendig had hij er grote lol om. Dit zou gezellig samenwerken worden, vond hij. Deze ober had hen in ieder geval niet kunnen overtuigen om daar ook de lunch te gaan nuttigen.

“Ik weet niet of je er al van op de hoogte bent, morgen beginnen we aan een nieuwe klus,” sprak hij.

Paul wist van niets. De eerste weken in zijn nieuwe baan was er zoveel op hem afgekomen. Niet alleen moest hij leren een plekje te vinden in de duistere werkwijze van de spionageactiviteiten van de organisatie, ook de zichtbare kant, de dekmantel van de organisatie moest hij zich eigen maken. De handel in hout onder de bedrijfsnaam Haddock en Johansson. Daarom duurde de opleiding minstens een jaar. Zolang mocht hij niets zelfstandig doen, alleen onder toezicht van Sam.

“Wat voor klus is dat?” De koffie was intussen gebracht en hij schepte er twee lepeltjes suiker door. De ober was karig geweest, er was dit keer geen koekje meegeleverd.

“We vliegen morgen naar Canada,” antwoordde Sam. Het kwam hem even voor dat Paul van zijn stoel viel maar blijkbaar had deze zich zo snel hersteld dat het niet opviel. Hij dacht nog even na over het dossier dat gisteren op zijn bureau had gelegen. Normaal had Pien het persoonlijk aan hem gegeven. Nu leek het of ze hem aan het ontlopen was.

“Canada?” vroeg Paul. “Wat moeten we daar doen?”

Sam antwoordde. “Er is een Nederlands bedrijf dat daar woningen bouwt. Ze ondervinden erg veel tegenwerking. Zowel vanuit de plaatselijke politiek als in kleine dingen. Bijvoorbeeld winkeliers die de winkel sluiten zodra er Nederlandse werknemers binnenkomen om iets te kopen.”

Paul was verbaasd. “Wat moeten wij daar doen dan?”

“Ze hebben de ambassade om hulp gevraagd. Via het ministerie is de vraag bij ons terecht gekomen. De ambassade heeft het bedrijf aangeboden om één van ons te sturen. Wij als internationale houthandelaren hebben voldoende ervaring om op politiek en economisch niveau lokaal te ondersteunen. Het bedrijf is ermee akkoord gegaan, dus morgen vliegen wij daarheen.”

Paul was even de dekmantel vergeten. Het was hem inderdaad verteld dat de mensen van Haddock en Johansson de hele wereld overvlogen onder de dekmantel van de houthandel. Zo konden mensen als Sam de Nederlandse economische belangen behartigen en veiligstellen. De overheid kon zich onder eigen vlag niet overal mee bemoeien. Over de hele wereld is politiek en handel nauwelijks van elkaar gescheiden. Iedere politici heeft zakelijke belangen en veel zaken­mensen moeten noodgedwongen politiek bedrijven. Er is een ruime overlap tussen politiek en handel, de scheidslijn is erg dun en veel mensen weten niet wanneer die overschreden wordt. Daarom had de Nederlandse overheid mensen als Sam in dienst om de belangen van Nederland in de gaten te houden. Ook als Nederlandse bedrijven in het buitenland ergens tegenaan liepen en de ambassade niet direct iets kon betekenen, dan werd de hulp ingeroepen van Sam en zijn collega’s. Al waren ze eigenlijk agenten, het werk was niet altijd spannend. Tenzij de maffia erbij betrokken was.

“Oké,” zei hij. “Ik zal straks mijn tas inpakken. Hoelang blijven we en wat neem ik mee?” Zelfs praktische zaken zoals wat je op reis meeneemt moest hij nog leren. Hij dronk de laatste slok van zijn koffie, trok een vies gezicht toen hij wat onopgeloste filterprut proefde en zette het kopje vrij stevig neer.

“Niemand weet hoelang je moet blijven,” antwoordde Sam. “Gok op een week. Als je langer blijft dan kun je daar ook kleren kopen. Neem verder niets mee waar je aan gehecht bent. En een stapel folders over hout­gerelateerde zaken is altijd een aanbeveling.” Paul had twee weken geleden al een spoedcursus gehad over bomen, houtsoorten en toepassingen ervan. Achter­grond­kennis was noodzakelijk voor het werk.

“Oké,” zei hij weer. Het was zijn stopwoordje. “En weet het bedrijf waar wij gaan helpen wat onze achtergrond is?”

Sam schudde ontkennend. “Nee, ze weten niet beter dan dat wij een echte houthandel zijn met veel buitenlandse ervaring in de handel. Zo werkt dat altijd. Als wij gaan vertellen dat we eigenlijk agenten zijn dan houden we dat nooit geheim. Dus daar ben je een houthandelaar, terwijl je in je hoofd andere dingen doet. Dat is best lastig, maar noodzakelijk om van elkaar te scheiden.”

*  *  *

In het vliegtuig hadden ze voldoende tijd om verder te praten. Paul bleek erg leergierig, hij wilde alles weten over het werk.

“Vergeet vooral niet dat je voor de buitenwereld gewoon een houthandelaar bent,” zei Sam. “Focus je niet teveel op de geheime kant, anders gaan mensen vervelende vragen stellen. Houd je jezelf voor dat je nu een baan in de houtwereld hebt. De rest komt vanzelf wel.”

Paul glimlachte. Hij was er niet bang voor dat hij zijn dekmantel zou verliezen door dom gedrag. Tijdens de spoedcursus was hij zo ondergedompeld in de wereld van houtbewerking en bomen dat hij er alle vertrouwen in had om professioneel over te komen. Van de meeste bomen wist hij nu de naam, de toepassing en waar het groeide.

“Is het een handige dekmantel?” vroeg hij.

Sam dacht even na. Toen knikte hij aarzelend. “Ja, ik denk het wel. Bij de oprichting van de organisatie hebben ze hier bewust voor gekozen. Hout groeit overal en wordt in elk land gebruikt. Als je bijvoorbeeld in de wijnhandel of rijst zit dan ben je veel beperkter.” Het was even stil. Toen ging hij verder. “Natuurlijk zal er altijd een moment zijn dat het niet handig is. Tot op heden is het gelukkig toch een handige dekmantel gebleken.”

Sam ging even verzitten. De langdurige zit beviel hem niet zo. Hij reisde bijna wekelijks met het vliegtuig maar echt wennen deed het niet.